1.7 Gegevens delen en uitwisselen

1.7 Gegevens delen en uitwisselen

Het voordeel van FileMaker Pro is dat u uw gegevens kunt delen met andere gebruikers. U kunt uw gegevens delen met andere FileMaker Pro- of FileMaker Go-gebruikers in een netwerk, de functies voor webpublicaties gebruiken om gegevens via het web te delen of gegevens importeren of exporteren vanuit een ander bestand. Daarnaast kunt u ODBC (Open Database Connectivity) en JDBC (Java Database Connectivity) gebruiken om FileMaker Pro-bestanden te delen met toepassingen die ODBC- en JDBC-compatibel zijn, of om toegang te krijgen tot gegevens uit externe gegevensbronnen. Dit maakt het mogelijk om gFM Business eenvoudig te verbinden met andere databasesystemen.

Als uw computer is aangesloten op een netwerk, kunnen u en andere FileMaker Pro- of FileMaker Go-gebruikers op Windows en Mac OS tegelijkertijd dezelfde FileMaker Pro-database gebruiken. FileMaker Pro Network Sharing ondersteunt het delen van bestanden door maximaal negen gebruikers tegelijk.

Opmerking: Als u bestanden met meer dan negen gebruikers tegelijk wilt delen, raadt FileMaker u aan om FileMaker Server te gebruiken.

U kunt een FileMaker Pro-bestand zo instellen dat gegevens die vanuit een andere toepassing (zoals Microsoft Excel) zijn geïmporteerd, automatisch worden bijgewerkt. Terugkerende import wordt automatisch uitgevoerd de eerste keer dat u de lay-out bekijkt die de gegevens uit het externe bestand bevat. Later kunt u een script uitvoeren om de gegevens bij te werken.

1.7.1 Gegevens opslaan en verzenden in andere indelingen

Met FileMaker Pro kunt u gegevens opslaan in verschillende bestandsindelingen, zoals Microsoft Excel-spreadsheets en Adobe PDF-bestanden, zodat u de bestanden kunt verzenden naar gebruikers die geen FileMaker Pro hebben. U kunt de bestanden automatisch per e-mail verzenden nadat u ze hebt opgeslagen.

1.1.2 Databases beschermen

Je kunt beperken wat gebruikers kunnen zien en doen in een databasebestand door accounts en autorisaties te definiëren. Accounts authenticeren gebruikers die een beveiligd bestand proberen te openen. Elke account specificeert een accountnaam en (meestal) een wachtwoord. Gebruikers die geen geldige accountinformatie kunnen geven, kunnen een beveiligd bestand niet openen. Autorisaties specificeren een toegangsniveau tot een databasebestand. Aan elke account wordt een autorisatie toegekend die het toegangsniveau bepaalt voor mensen die een bestand openen met deze account. Uitgebreide toegangsrechten bepalen de opties voor het delen van gegevens die een autorisatie toestaat, bijvoorbeeld of gebruikers een gedeeld bestand kunnen openen of een database kunnen bekijken in een webbrowser.